twittermania.nl

facebook rss

Traditioneel gesloten beroepsgroepen hebben nog altijd moeite met het delen van kennis en informatie. Zo ook de grote advocatenkantoren, blijkt uit een recent onderzoek van juridisch uitgever Martindale-Hubbel. Twitter en andere social media gebruiken advocaten bij voorkeur om hun kennis te etaleren. Om te zenden dus. ‘Join the conversation’ wil nog niet echt aanslaan. Hoe komt dat?

Onlangs verscheen de ‘Global Social Media Check Up’ (pdf) van Martindale-Hubbel, een divisie van uitgever Reed Elsevier. 110 grote advocatenkantoren (volgens de onderzoeker ‘ leading law firms’) uit alle werelddelen werden onderzocht op hun web 2.0-gehalte. De grote lijn is dat advocaten wel door heben dat ze ‘iets moeten’ met sociale media. Maar wat, dat is nog even de vraag. Exemplarisch wat dat betreft is dat veel kantoren al wel veiligheidshalve hun kantoornaam op bijvoorbeeld Facebook en Twitter vastgelegd hebben, maar er vervolgens niets mee doen. No surprise: grote kantoren hebben marketingafdelingen die dat tijdig inzien. En ze hebben ook merkenrechtspecialisten die zich het gedoe met domeinnaamkapers rond de eeuwwisseling nog goed herinneren.

Advocatuur

Hoe zit de advocatuur in elkaar? Dat verschilt nog enorm per land. In de Verenigde Staten vind je op elke hoek van de straat een advocatenkantoor, maar die doen vooral kleine zaken voor particulieren. De megakantoren die de zakelijke markt bedienen zitten in alle grote steden. Sinds jaar en dag wordt er agressief geadverteerd door Amerikaanse advocaten. “Have you suffered a car accident? Call now!”. Grote kantoren doen dat iets subtieler, maar moeten ook actief de markt op. Ze moeten bovendien net als reclamebureaus voortdurend pitchen om werk binnen te halen.

In Europa domineren de Engelse kantoren die markt. Engeland loopt voorop met het openbreken van het procesmonopolie. Je kunt er nu ook bij de supermarkt juridisch advies halen. Daar gaan vooral de kleine Engelse advocatenkantoren (solicitors) last van krijgen; niet de barristers die nog steeds met pruik op in de rechtszaal staan te pleiten. Voor pittige uurtarieven. Het andere uiterste is India, een gesloten en erg traditioneel bolwerk, waar buitenlandse kantoren niet eens actief mogen zijn.

Vergelijken

Het vergelijken van appels met peren is dus lastig, maar Martindale doet een dappere poging. 80% van de kantoren is actief op LinkedIn. En terecht, want daar kun je bij uitstek je specialisme en publicaties etaleren. En via via kun je er ook nog aan nieuwe clienten komen. Zelf gebruik ik LinkedIn vooral om in de gaten te houden wie er van baan verandert. Een voormalige advocaat die bedrijfsjurist wordt, dat is waardevolle kennis. Of je gebruikt het om referenties te zoeken. Questions & Answers is wat dat betreft een onontdekte parel.

Zo zocht ik onlangs een specialist op het gebied van media en entertainment in de Arabische Emiraten. Nog geen dag later kreeg ik vijf kwalitatief uitstekende verwijzingen. Een daarvan schakelde ik in voor een geschil tussen een Zuidafrikaanse zanger die ruzie had over auteursrecht op een ringtone met een bedrijf uit Dubai.

Twitter

En zo is het ook met Twitter. Slechts 35% van de onderzochte advocatenkantoren is actief op Twitter. Maar dan vooral op de traditionele manier: het sturen van persberichten in 140 tekens. In de wereld van fusies en overnames is het van levensbelang om voortdurend te melden bij welke grote overname je betrokken bent. In de procespraktijk gebeurt dat bij belangwekkende procedures – mits je de zaak gewonnen hebt. En als een belangrijke partner naar je kantoor overstapt wordt er ook een juichend persbericht verstuurd.

Waar advocaten net als andere vrije beroepen nog wel moeite mee hebben is het actief deelnemen aan discussies op Twitter en andere sociale media. Waarom? De drie meest voor de hand liggende redenen zei ik hieronder op een rijtje.

1. Het kost tijd, en die kun je bij niemand in rekening brengen. Het einde van het uurtje-factuurtje systeem is vaak voorspeld, maar blijft anno 2011 de meest gebruikte methode. En advocaten maken carriere naar mate ze in staat zijn meer declarabele tijd te schrijven en – vooral – declarabel werk voor hun medewerkers weten aan te trekken.

2. Een andere logische verklaring is dat het voor zakelijke dienstverleners weinig meerwaarde heeft om op internet met hagel te schieten zonder te weten waar je hagelbui neerkomt. De grote accountantskantoren zijn daar traditioneel veel beter in. Die publiceren prachtige onderzoeken, of organiseren gratis seminars – live te volgen op internet. Daar moet je wel een zekere schaalgrootte voor hebben. Mijn kantoor @Boekx (specalisme: media en intellectuele eigendom; inderdaad, nog wat weinig tweets) adverteert bijvoorbeeld nooit, en al helemaal niet met Google Adwords. Daar bereik je niet de juiste doelgroep mee. Twitteren over ons specialisme heeft veel meer zin, hoewel de conversie nog lastig meetbaar is. Met Facebook doen we vooralsnog niets. Gevoelsmatig is dat meer iets voor vakantiefoto’s dan om te netwerken. Dat is dus meer iets voor advocaten die zich op de particuliere markt richten.

3. En last but not least: beroepsbeoefenaars die jaren gestudeerd hebben om kennis te vergaren, blijven het lastig vinden om die kennis ‘gratis’ weg te geven. Behalve aan de eigen clienten. HR managers lezen bijvoorbeeld nog altijd gretig de saaie maar degelijke nieuwsbrieven met ontwikkelingen in het arbeidsrecht. Clienten hebben namelijk geen tijd om alles bij te houden. En belangrijker nog, ze bellen hun advocaat als ze iets in de nieuwsbrief lezen en een (betaald) advies over dat onderwerp willen hebben. Maar dat de meerderheid van de advocatenkantoren de vertaalslag van dat principe naar sociale media nog niet kunnen maken wekt toch wel verbazing. In 140 tekens geef je je kennis echt niet gratis weg – je toont juist je betrokkenheid en bouwt een profiel op. Ook in Nederland, waar het aantal advocaten in twintig jaar verdrievoudigd is, wordt het steeds belangrijker om daar te zijn waar je klanten ook zijn – op sociale media dus. Free as a business model, het is nog even wennen, maar het is de toekomst. Zeker in een wereld waar allerlei juridische standaarddocumenten gratis op internet te vinden zijn. Vergelijk het maar met medische informatie. Ook die is overal te vinden – gratis en voor niks. Maar je wilt toch graag van een dokter horen of je zelfdiagnose eigenlijk wel klopt…

©Twittermania @diederikstols

Gerelateerde artikelen

1 reactie to “Onderzoek: advocaten vinden Twitter maar lastig”

  1. Wij hebben geen last van de 3 punten vermeld in het lijstje hierboven! Volg ons op twitter [@geertsadvocaten] en stel gratis je vraag!

    Groet
    Marcia Geerts

Reageer...